Faalangst en examenvrees

Cursus ‘Omgaan met faalangst’

Contactpersonen: mw. B.M.J. Vermeer en drs. J.C. Dekker

Elk jaar zijn er leerlingen die problemen hebben bij het uitvoeren van een (moeilijke) taak. Ze zien als een berg op tegen een spreekbeurt, een repetitie, een beurt voor de klas of andere taken. Door die grote stress voelen ze zich niet alleen erg naar, maar ze presteren ook vaak onder hun kunnen. In de mentorlessen kunnen deze problemen ter sprake komen waardoor angstgevoelens al een stuk minder kunnen worden. Als de problemen niet verdwijnen, is het verstandig om met de mentor of teamleider na te gaan of intensievere begeleiding nodig is. Vaak blijkt ook uit de schoolvragenlijst die in het eerste leerjaar wordt afgenomen en uit gesprekken met de leerling dat extra hulp nodig is.

De extra begeleiding wordt gegeven in de vorm van de cursus ‘Omgaan met faalangst’, die in principe twee keer per jaar gegeven wordt in een onderbouw en bovenbouwcursus. In een serie van tien lessen worden de betrokken leerlingen getraind om op een meer ontspannen manier met moeilijke taken om te gaan.

Ook als leerlingen al langer op school zitten, kan faalangst ontstaan. Als een individuele leerling, ouder of een docent/mentor vermoedt dat tegenvallende resultaten het gevolg zijn van faalangst, kan de zogenaamde ‘Situatie Specifieke Angst Test’ worden afgenomen. De faalangstbegeleider beoordeelt de testgegevens en er kunnen afspraken worden gemaakt over het volgen van een training.

Leerlingen in het examenjaar kunnen na het eerste schoolonderzoek een vragenlijst invullen, waarop zij kunnen aangeven met welke gevoelens zij een toets of een examen ondergaan. Als blijkt dat een leerling zo onzeker is, dat het resultaat daardoor nadelig beïnvloed wordt, kan begeleiding op het gebied van examenvrees mogelijk een uitkomst bieden. Er volgt dan een gesprek met de faalangstbegeleider van de bovenbouw. Op basis van het resultaat van de vragenlijst in combinatie met de uitkomst van dit gesprek, kunnen afspraken gemaakt worden over het volgen van een training. Voor beide bovengenoemde trainingen wordt aan de ouders een bijdrage in de kosten gevraagd.